4. Hemels weer van de Vogezen tot de Bodensee

12-16 mei | dag 6-10

Hallo, bonjour!

De dagen gaan al snel. De volgende dagbeschrijvingen zijn nog lang omdat ik nog veel schrijfijver voel. Vermoedelijk worden de stukken in de toekomst vanzelf korter.

12 mei | Welferding – Saverne

Na een ontbijt in de boulangerie vervolg ik de weg langs de Saar, die voortaan de Sarre heet. Verroeste woonboten en oude sluiswachtershuizen geven de oevers een pittoreske aanblik. Ik zeg de Saar au revoir en kom door enkele charmante dorpjes waar de tijd heeft stilgestaan en over heuvels die de Vogezen aankondigen. Ik heb alweer geluk met het weer een rij tegen een aangename bries.

Ik passeer La Petite-Pierre, een kleine edelsteen in de noordelijke Vogezen. Bergop voegt een Franse coureur zich naast mij.

”s allez ou?’

‘La Chine, peut-être’

‘Hein?!’ (Zijn blik zegt ‘Met alle Vogezen, maar niet met den deze’)

‘Je rigole pas.’

‘Ben … courage alors!’

Ik kom toe op een topcamping bij Saverne, geheel volgens plan. Hier was ik drie jaar eerder al eens, in goed gezelschap. De andere fietsers en ik raken aan de praat en ik spits mijn oren om hun razendsnelle Frans te kunnen volgen. Terwijl ik chili probeer te maken, komt de wind elke zoveel minuten alles omverblazen. Maar ik voel mij totaal op mijn gemak, en morgen is het rustdag.  

13 mei
RUSTDAAG!
14 mei | Saverne – Halbmeil (Schwarzwald)

Om 6.30 uur lig ik klaarwakker in mijn tent. Misschien is het de opwinding voor een nieuwe week die aanbreekt. Allons-y, op pad dan maar!

Ik bof nog maar eens met hemels weer en rij tegen een lichte, verfrissende wind over een vlakke kanaalweg richting Straatsburg. Vijf jaar geleden vormde de Europese hoofdstad het eindpunt van mijn eerste fietsreis, die ik met een goede kompaan doorstond. Doordat ik vandaag vanuit een andere windrichting binnenrijd, voelt de stad meteen heel anders aan, maar ik herken de gelaten sfeer. Straatsburg is een fijne stad en dat hebben veel andere toeristen ook ontdekt. Ik rij wat rond in het centrum, passeer kort een reisfietsenmaker met een praktische vraag en steek dan gerustgesteld de Rijn over, opnieuw Duitsland binnen. Ik hoor de lokroep van een donker bos …

Links voor mij zie ik het middelgebergte oprijzen maar ik houd rechts aan en blijf laag. Ik passeer Schloss Ortenberg, een klein kasteeltje omringd door wijngaarden. Het valt me op dat de Duitse chauffeurs veel minder dan de Vlamingen fietsers voor laten gaan. Zelfs wanneer auto’s toch al veel vaart minderen om af te slaan, moet de fietser nog steeds wachten.

Als kind stelde ik mij bij het Zwarte Woud altijd iets donkers en sprookjesachtigs voor maar op deze zonnige dag blijkt daarvan weinig te kloppen. Ik kom door het kleurrijke Gengenbach en bevind mij vooralsnog niet tussen de donkere dennenbomen waarnaar dit woud genoemd zou zijn. Aan weerszijden van het fietspad glimmen groene dennenbossen op de heuvels, maar mijn eigen route blijft vlak lopen.

Ik rij nu langs de Kinzig, die er met haar toegankelijke stenenoevers uitermate uitnodigend uitziet. Overal langs de rivier liggen er knappe kampeerplekken, maar er is veel zicht en het zou onmogelijk zijn om er ongemerkt te staan.

Als ik na 125 kilometer de camping bereik die ik eerst in gedachten had, beslis ik om enkel water te nemen en door te rijden. Een paar honderd meter verder vind ik langs de bebaadbare Kinzig een superplek tussen de boterbloemen. Even opfrissen in de laatste zonnestralen en nadien een Eintopf van Maultaschen (dikke Zwabische ravioli) met spinazie en oesterzwammen. Een heerlijke afsluiter van een heerlijke dag!

15 mei | Halbmeil – Ludwigshafen (Bodensee)

Er is iets met de zon vandaag, ik voel het. Of misschien is het gewoon mijn hooikoorts. Hatsjie! De grassen zijn groen, de hemel schijnt. Zo meteen kan ik rijden, nog fijner.

Met ongeveer die woorden vrolijken The Streets het ontbijt op. Naaktslakken hebben vannacht mijn kamp overgenomen. Ze mogen het hebben, ik ga weer de hort op, naar de Bodensee! Ik lees overal dat het hier Spargelzeit (aspergetijd) is en ook de Duitse aardbeien zouden al klaar zijn.

In Rottweil zoek ik de zwart-bruine blafferd met de dikke kop maar de alhier herkomstige hond laat zich nergens bespeuren. Met een nieuwe dosis calorieën van de Konditorei in m’n lijf rijd ik verder door Schwaben.

In Duitsland zijn fietswegen een heel ander gegeven dan bij ons. Het Radnetz bestaat uit geasfalteerde banen die vaak op tientallen meters van een autoweg liggen. Overal geven groene wegwijzers plaatsen in de omgeving aan en het is daardoor ontzettend gemakkelijk om het land te doorkruisen zonder gps. Na Tuttlingen volgt een kort en krachtige col met een stuk van wel 20%, maar daarna gaat het gelukkig vooral bergaf richting het grote meer. In een lichtgroen graanveld tekenen windvlagen zich af alsof het een animatie op een high definition beeldscherm is.

Terwijl ik op de camping in badkostuum naar het meer toe loop, vraagt een Zwitserse oudere dame of ik ga zwemmen. ‘Ja, natürlich‘, zeg ik. Daar moet ze heel hard om lachen. Vreemd … Na drie stappen richting het water wordt duidelijk dat de zanderig uitziende toeloop op het meer in feite uit vieze zuigmodder bestaat. Ik kom vast te zitten en vrees even dat ik mijn sandalen moet opofferen De dame giert het uit van Schadenfreude en eens ik mezelf kan bevrijden, moet ik er ook hard om lachen. Gelukkig staat er nog een werkende buitendouche aan het nutteloze strand, of ik moest met een kilo meerdrab een elke voet in het Thaise campingrestaurant gaan eten.

16 mei | Ludwigshafen – Lindau

In vergelijking met de vorige 2 dagen ligt er vandaag maar een slappe etappe klaar. Er staat een frisse wind, maar de zon schijnt wederom. Helemaal aan de andere kant van het meer tonen de Alpen zich al. Door de verspreide schapenwolkjes zit het licht vandaag bijzonder goed om kiekjes te schieten.

Ik passeer drukbezochte dorpjes op de oever en kruis honderden andere fietstoeristen. Veel meer dan Vlamingen wijzen Duitsers hun medemens graag op de geldende regels. Een dametje bijt mij toe dat het verdomme een Fußgängerzone is. Overal wordt de Meersburger wijn aangeprezen.

Na de lunch trekken de wolken samen, wordt de wind snediger en krijg ik het koud. Betekent dit het einde van het hemelse weer? Ik voel tegelijk dat ik in een ander Duitsland ben aangekomen. Misschien is het omdat je hier overal contant moet betalen, of omdat ze niet Hallo zeggen maar Servus, of omdat ze Bitte uitspreken als Bidde. Bij het binnenrijden van Beieren dient een nieuw hoofdstuk zich aan.

Ik rij een toer op het eilandstadje Lindau, zie een Rottweiler, en ga dan langs de oever op zoek naar een slaapplek. De hele oever blijkt – niet geheel onverwacht – beschermd gebied en ik beslis om toch maar niet aan het meer te blijven. Enkele kilometers naar het noorden volg ik een kleinere rivier (Leiblach) tot ik een plek gevonden heb. Als ik begin aan de redactie van dit stuk passeert op een afstand een groep vossen met wel 4 welpen. Zelden zoiets schattigs gezien!

Op naar de Alpen!

MUVI