5. Alles ist verboten!

17-19 mei | dag 11-13

Servus!

Hier volgt een verslag van mijn ervaringen in Beieren en Tirol, delen van de wereld waar niets mag, behalve staren naar de machtige bergen.

17 mei | Lindau – Pfronten

De dag begint vrolijk met een déjeuner dansant op de tonen van Earth, Wind & Fire en Spencer Davis Group. De zelfgeknutselde route loopt vandaag vooral over autowegen en ik rij zo veel mogelijk over het voetpad. De wolken pakken dicht samen en na de lunch koel ik erg af. Aan mijn rechterkant torenen al de groene voorlopers van de Alpen. Ik hoor overal koebellen klingelen.

Er zijn op deze zaterdag veel Beiers op de baan voor brandweerdemonstraties, vlooienmarkten, fanfare-optredens en loopwedstrijden-met-je-hond. In Immenstadt doen de klokken onophoudelijk van bim bam Beieren. Met nog een Mohnstreusel achter de kiezen begin ik aan een laatste klim van 10 km. In elke kortgemaaide weide zit één kat over haar territorium te waken.

Vlak voor de grens met Oostenrijk ligt een camping, maar daar wil ik liever niet overnachten. Het is er duur en bovendien kolkt vlakbij de Vils. Ik trap er nog 8 km bij voor boodschappen en installeer mij na wat zoeken op het uiterste puntje van een doodlopend pad, ingesloten door twee rivieren, opnieuw met Oostenrijk aan de overkant. Het water is stervenskoud, maar ik overleef de verplichte wasbeurt. Ik maak snel eten en kruip vroeg in mijn tent, want er komen regenwolken aan. 

18 mei | Pfronten – Scharnitz (Tirol)

Het heeft de hele nacht geregend. Een ontwerpfout is de oorzaak van een tent-upgrade: een zwembad onderin! Dat probleem ging ik onderweg oplossen maar door al dat goede weer is het er nog niet van gekomen. Gelukkig schijnt de zon nu terug en kan ik ze te drogen opstellen. Mijn ochtendroutine loopt uit en ik zit pas om twaalven op de fiets.

In Tirol is alles verboden, zeker de plezante dingen. Overal staan borden die kamperen, duiken, fietsen, wandelen, je hond uitlaten en wat nog allemaal verbieden. Kooien met stenen in die dienen als hagen naast huizen blijken hier ingeburgerd en ik betrap mezelf op de gedachte dat die dingen verboden zouden moeten zijn. Verdorie, ik verander zelf al in een Oostenrijker!

Op 5 meter van de weg zit een grote, dikke haas mij aan te staren maar als ik naar mijn camera grijp, zoeft hij er als de wind vandoor. Ik rij langs de Plansee, een groot meer dat ik ooit al bezwom op mijn eerste solo-fietsreis. Ik weet uit die ervaring dat je in de ruime omgeving nergens mag kamperen in het wild.

Voorbij de camping die ik toentertijd aandeed, volg ik een grindpad langs een rivier. Stroomafwaarts raas ik verbazend vlot door het bos. Er zijn weinig andere wandelaars of fietsers. De lucht stinkt naar zuurbesbloesems en het is kermis in de hel.

In Garmisch-Partenkirchen – terug in Beieren – koop ik krachtvoer bij de bakker en zet ik mij op het terras. Dat is blijkbaar … verboden. Dan had ik maar de zitprijs moeten betalen. Naar Mittenwald moet ik over een autobaan met in mijn zog een karavaan aan wagens die inhalen zodra ze daar de kans toe krijgen. In de stad is het feest en ik ben jaloers op de lokale mannen die lederhosen mogen dragen met daaronder ook nog eens wollen kuitenwarmers.

Ik bereik uiteindelijk een camping net over de grens, terug in Oostenrijk. Ik wilde eigenlijk niet slapen in dit land, maar niet alles loopt altijd zoals je wilt op fietsreis. Ik zou hier een rustdag nemen, maar de camping leent zich er niet toe. Dan zal ik morgen al de Alpen moeten oversteken naar la bella Italia.

19 mei | Scharnitz – Vahrn (Zuid-Tirol)

Om 10 uur stap ik na een mini-ontbijt op de fiets. Op het bospad richting Seefeld voegt een Duitser op een eBike zich naast mij. Ik heb moeite om zijn mompelmofs te verstaan.

Na een macro-ontbijt van meer dan 1000 kcals volg ik vanaf Seefeld een pad steil de berg af richting de Inn. De Radweg is meer een mountainbikepad en in het losse grind komt mijn fiets voor het eerst deze reis ten val, maar zelf blijf ik gelukkig overeind. Ik volg de Inn rustig stroomafwaarts. Het voelt vreemd om zo’n vlakke weg te rijden tussen de hoge bergen.

In Innsbruck is het slalommen tussen wandelaars, fietsers en langlaufers (op lange rolschaatsen). Bij de brug over de Inn sla ik af, de knappe Altstad in. Op een bankje op de grote markt tank ik nog koolhydraten bij voor de echte beproeving die nu gaat volgen. Als ik vertrek, word ik meteen staande gehouden door de Polizei. ID en paspoort afgeven en vragen beantwoorden. ‘Fietsen is hier verboden, er hangen toch borden?’ Ik kom er gelukkig zonder boete van af. ‘Abgemahnt!’, voegt oom agent nog toe, met zijn boze vinger in de lucht.

Voorbij Innsbruck volgt de route een autobaan steil bergop. Ik wijk nauwelijks af van de witte lijn terwijl hordes PKW’s linkslangs sjezen. Na de eerste zware col slinger ik afwisselend traag en snel door het alpenlandschap. Ik wil vaart maken omdat de rit nog lang is, maar vandaag bepaal ik niet de snelheid, dat doen de bergen. De Tirolers maaien hun schuine almen in vreemde voertuigen alsof de zwaartekracht geen vat op hen heeft.

Ik word af en toe ingehaald door eBikers die wel dubbel zo oud zijn als ik. Het stemt mij hoopvol dat je tegenwoordig nog ruim boven je zestigste kan gaan bikepacken. Dankzij hen merk ik ook een grote metalen hangbrug op, waar ik op de foto ga zonder fiets. Die is natuurlijk verboden.

Op het einde van de Brennerpass ligt Brenner(o). Ik glip er over de rand van de laars en bol bergaf Zuid-Tirol binnen. Voorbij de grens voelen de plaatsen nog niet typisch Italiaans aan met hun Tiroler architectuur. De signalisatie staat hier ook steeds eerst in het Duits, ik hoor nergens Italiaans en op het belfort in Sterzing prijkt de Oostenrijkse adelaar. Zuid-Tirol blijkt een autonome provincie die maar weinig te maken heeft met het Italië uit de reisbrochures.

In de Spar wijst de Italiaans ogende caissière mijn appel aan en zegt ‘vegan’. Ik zeg ‘Äh ja, das ist ein Apfel’. ‘Nein, vegan’, herhaalt ze. Ik haal mijn schouders op. Een oudere klant verklaart ‘Sie müssen das wiegen, laufen sie mal!’ Als ik met mijn gewogen appel terugkom bij de kassa kijkt ze bezorgd naar mij en dan naar mijn zak met verse broodjes. Die zijn ‘auch vegan’. De misnoegde rij achter mij verspreidt zich. Hang dan een bord op met nicht wiegen verboten, hè zeg.

Om 20.30 uur bereik ik mijn camping, na een geweldige tocht door de Alpen van potverdikke 128 kilometer. Groot is dan ook mijn vreugde als de campinguitbaatster zegt dat ze nog wel een bord vegetarisch eten kan maken. Ravioli met spinazie en kaas heeft nog nooit zo goed gesmaakt. Op deze camping blijf ik 2 nachten staan om goed te kunnen rusten en daarna verder Italië in te trekken.

Arrivederci!

MUVI

Eén reactie op “5. Alles ist verboten!”

  1. fernmuyshondt Avatar
    fernmuyshondt

    Huppakee, in een moeite door alle reeds gepubliceerde blogposts gelezen. Gelukkig kost dat iets minder inspanning dan al die kilometers per fiets afleggen.. Mijn buren gaan wel weer denken dat ik een vijs los heb, gezien ik hier weer in mijn eentje luidop zit te lachen. Heerlijke lectuur, bij dezen heeft fietskoortsdroom er een abonnee bij! Ook voor de ‘kiekjes’ trouwens – al dan niet met schapenwolkjes.

    Straf wel, ik heb twee jaar geleden voor het eerst met de Oostenrijkers kennisgemaakt en ben zowaar in de buurt van die kerk in Seefeld aan het rondstruinen geweest. Uiteraard vergezeld van heel wat koebelgeklingel. Ook straf: volgens mij heeft ons vader het minstens 10 keer per jaar over Weiswampach..

    Vlotte reis, mooie avonturen, goed weer en aangename passanten gewenst!

    Geliked door 1 persoon