6. Pizza e pioggia

21-24 mei | dag 15-18

21 mei | Vahrn – Santo Stefano di Cadore (Veneto)

De dag begint met brood en de helft van een ketel shakshuka die ik gisteren heb gestookt. Daarbovenop nog twee gevulde croissants en ik ben alweer gevoed voor een alpiene rit van meer dan 100 km. Straks gaat het regenen, dus ik trap zo hard ik kan. Gigantische huisjesslakken kruipen het risico onder mijn banden verpletterd te worden.

Ik rij over een goed aangelegd fietspad tussen de alpenbloemen terwijl schichtige hagedissen wegschieten van bij mijn voorband. Ik wil opschieten voor de nattigheid eraan komt maar een malfunctionerende gps haalt mij het bloed onder de nagels vandaan. Ik ga door een ijskoude tunnel door een berg en volg de Rienz stroomopwaarts aan een matig tempo.

Na de lunch moet ik nog zeker 500 meter stijgen en dan begint het te miezeren. Er suist iets in mijn fiets, of ik ben nu al gek aan het worden. Bij de scherpste der Dolomieten ligt er nog sneeuw op de toppen. Op het hoogste punt van de route (1637m) ligt de grens van Zuid-Tirol met de regio Veneto. Vanaf hier is het gedaan met Duits spreken.

Net als ik denk dat er vandaag niet veel bijzonders is gebeurd, wordt de tocht lastiger. In de afdaling naar beneden verkleum ik van de rijwind. Ik kom op een stenenpad terecht en ga – gelukkig traag – op mijn bek. Dan begint mijn achtersteven te zwalpen en ik weet wat dat betekent: platten tuub, de eerste deze reis. Het verklaart meteen ook het gesuis.

Met nog maar enkele kilometers te gaan, pomp ik de band wat bij en zo haal ik net de camping met aangrenzende, uitstekende pizzeria. De tent zet ik zo strak op als in de verkoopsprentjes, want morgen gaat het de hele dag gieten. Gelukkig loop ik al wat voor op schema, zo kan ik een extra rustdag nemen en de droogte opzoeken.

22 mei | rustdag
23 mei | Santo Stefano di Cadore – Tarcento (Friuli)

Na een dag als gijzelaar van de regen kan ik weer op pad. Ik heb een halve dag op café doorgebracht tussen de Italianen en voel me nu haast een van hen. Om beter op te gaan tussen de Italiaanse mannen heb ik mijn snor wat dunner gezet en mijn vuurrode Castelli-truitje aangetrokken. Andiamo!

Ik rijd vandaag qua hoogtemeters een droomgrafiek. In de voormiddag werk ik mij in het zweet op het eerste stijgende derde van de rit. Nadien word ik dubbel uitbetaald in twee derden afdaling van de alpenhoogten naar de Friulische vlakten. Onderweg naar boven hou ik halt bij een slank, indrukwekkend ravijn. Even later moet ik door een enge autotunnel van meer dan een kilometer. In de afdaling gaat het tot wel 60 km/u en in mijn scharlaken tenue voel ik mij net een Ferrari Enzo, of zo. In Sappada geeft een nordic walkster mij het langstgerekte buongiorno tot nog toe.

Na lunch in een gezellig café in Ovaro volg ik een comfortabel fietspad bergaf. Om de bocht komt het bijna tot een botsing met twee piepjonge herten, die doodsbang en klungelig met hun pootjes door de houten balustrade klauteren.

Plots wordt het fietspad versperd door een rivier, maar ik vind vrij snel een weg rond de hindernis. Ik heb niet in de gaten gehouden waar de overgang precies lag, maar hier ziet de architectuur er anders uit. De typische houten buitenafwerkingen die je in de bergen veel ziet, zijn ingeruild voor metaal en er liggen opeens op alle daken oranje, bolle pannen.

Wat verder overstroomt opnieuw een rivier het pad en dit keer ligt er geen omweg. Het water komt laag genoeg en ik waag het erop. Ik bereik fietsend de overkant en gelukkig zijn mijn schoenen zo waterdicht dat mijn sokken droog blijven.

Ik volg de Cyclovia van de Tagliamento, geen gewone rivier maar eerder een vlechtwerk van stromen binnen een brede vlakte. Vandaag loopt er een enkele streng water door het reusachtige stroomgebied maar in het voorjaar kan de watermassa hier wel 100 meter breed worden, zo te zien.

Bij Gemona wijzen bordjes mij tot een extra klim naar het centrum. Als ik wegrijd, kom ik op een oude Romeinse weg terecht, terwijl een hertje zich lijkt af te vragen wat voor raar dier ik ben.

Bij de derde rivier is het geluk op. Erdoor fietsen is onmogelijk. Er zijn ook voor het eerst vandaag andere fietsers, die bezig zijn te waden naar de overkant. Mijn sandalen zitten permanent achterop gebonden dus ik kan vlot van schoeisel wisselen.

Voor het rivierstrand dat ik heb vastgepind op de kaart moet ik op het laatst nog een half bos door en als ik uiteindelijk toekom, blijk ik mezelf goed liggen te hebben. Het strand ligt aan de overkant van de woest stromende rivier. Ik sla mijn kamp dan maar op in het bos, naast een zachter stroompje. Tegen de tijd dat ik kan beginnen met koken, is het bijna donker. Ik hou de ingrediënten dan maar voor morgen en eet supermarktfocaccia.

Als ik eindelijk wil gaan ontspannen in mijn stoel, breken de hemelsluizen weer open en kruip ik al vroeg in mijn klamme tentje.

24 mei | Tarcento – Monfalcone

Ik ontwaak in een bos waarin een sterke daslookgeur hangt. Ik verzamel wat voor in de uitgestelde chili van vanavond en tijg richting de Middellandse Zee. Ik rij nu door een veel vlakker Italië, langs rustige waterlopen, tussen achtertuinen en over fietsersbrug-annex-aquaducten. Bij elk huis hoort een kleine hond.

In Udine heerst er gezellige drukte op deze zaterdag. Het historisch centrum is niet heel groot maar het San Giacomo-plein heeft zijn charme wel. Ik kies er een parasolvrij terras uit en halverwege mijn pizza begint het te regenen. Ik had de titel voor dit stuk al klaarliggen, dus wellicht heb ik het zo over mijzelf afgeroepen.

In Manzano wordt mij door een brandweerman de weg versperd. De Giro d’Italia gaat dadelijk passeren. De coureurs worden verwelkomd met een fanfare en roze strikken, ballonnen, linten, flamingo’s en wat nog meer. Ik wacht nog anderhalf uur tot de renners eraankomen en in tussentijd stroomt het kruispunt vol met kijklustigen. Nadat de kopgroep van vier langssnelt, is het peloton en het hele achtervolgingscircus op 5 minuten alweer gepasseerd.

Met afwisselend zon en donkere wolken rij ik door de wijngaarden naar Monfalcone. Er hangt al de hele dag een rozengeur in de lucht. Ik hou halte bij een immense militaire begraafplaats. Als ik terugkom bij mijn fiets staat er een groep bezoekers rond te discussiëren of mijn grootste drinkbus al dan niet een batterij is. Ik licht hun de waarheid toe en het gezelschap concludeert grappend dat ik rij op acqua e muscoli.

Het duurt lang voor ik haar zie, maar daar ligt ze dan plots vlak voor mijn neus: de Middellandse Zee. Net als ik een geschikt stuk strand vind, begint het keihard te waaien. Er lijkt storm op komst en ik berg mijn plannen om te zwemmen en te kokerellen al op. Dan verschijnt er een regenboog aan de overkant van de baai en nog wat later schijnt toch weer de zon even voor ze ondergaat. Over het water schitteren de lichtjes van Triëst en Slovenië en aan de hemel een heleboel sterren.

Morgen verlaat ik Pizzarije en dan is de zon normaal weer volop van de partij. Op naar een nieuw hoofdstuk!

Muvi

2 reacties op “6. Pizza e pioggia”

  1. alwaysd0b198e590 Avatar
    alwaysd0b198e590


    Ruben, Wederom schitterend verslag – elke keer weer genieten

    Geliked door 1 persoon

  2. Kristien Dejonghe Avatar
    Kristien Dejonghe

    Knap verslag! Leuk om te lezen en jouw te volgen!

    Geliked door 1 persoon