11. Hellas

22-24 juni | dag 47-49

γεια σας! (Geia sas!)

Op 3 dagen ging het door Grieks-Thracië, van Thessaloniki tot kort voor de Turkse grens. In een mythische omgeving was het genieten van zon, zee en strand, maar ook opletten voor de hete adem van Kerberos. One hell(as) of a ride!

22 juni | Thessaloniki – Sykia

Na een laatste ochtendmaal samen bij de Petit Four begin ik aan de uittocht uit Saloniki door eindeloze buitenwijken. Van het eerste uitzicht, een strogeel landschap met een vreemde scherpe berg aan het eind, wil ik een foto nemen. In een geparkeerde anonieme wagen zitten vier mannen in kogelvrije vesten. Ik wuif onhandig van kalimera en verlaat de bizarre scène meteen.

Parallel met een grote baan ligt een rustigere weg, half in de schaduw van acacia’s. Twee woeste loebassen versperren mijn doorgang. Ik vind een omweg, maar besef dat ik nog zal moeten leren omgaan met gemene waakhonden. Verderop is er nog een driftige kwijlbak, maar die ontlijft zichzelf bij zijn spurt bijna aan zijn ketting. Dan achtervolgt er mij nog een, zonder ketting, maar ik ben hem te snel af. De hellehondenhel ligt nier ver meer van hier. Hellas is slechts het voorgeborchte.

Voor het Volvimeer neem ik pauze tussen de Nymphópetres, niet zomaar een boel rechtopstaande stenen, maar door Artemis vervloekte jagers die tot in de eeuwigheid formaties van travertijn zullen zijn. Dan hadden ze maar niet naar de blote, badende nimfen moeten gluren.

In Nymfopetra zelf – stel je een Vlaams dorp Nimfensteen voor – klapperen ooievarenparen naast hun pas uit de schaal gebroken, frêle jongen. Langs de weg staan roze reuzendistels. De onbewoonde randen van het Volvimeer lijken een en al natuur te verbergen. Voor de laatste 20 km volg ik langs de kust een drukkere baan met zicht op heuvels die gehuld lijken in een zacht, donkergroen fleecedeken.

Na goed 100 km bereik ik een ruim en rustig strand met zowaar een warmwaterdouche. De Egeïsche Zee is amazing. De tent komt natuurlijk in de schaduw van de enige Perzische slaapboom, met zijn vrolijke roze flosjen. Het restaurant om de hoek is onverwacht al gesloten, maar gelukkig kan ik voor een zondags diner nog terecht tussen de truckers, in een tankstation 2,5 kilometer verderop.

23 juni | Sykia – Stathmos

Koffie en dolmadakia, van die wijnbladeren met rijst in: breakfast of olympians. Een oudere badgaste blijft maar zwemmen in mijn WC – de EGICC – en gijzelt mij zo een tijdlang op het strand.

Tussen de olijfgaarden zoek ik, op irrationele gronden, naar honden. De angst zit er al in. Langs een grote baan zonder veel verkeer zijn de dorpjes goed voorzien van winkels en barretjes. Een vroege pitstop met koekjes en chocomelk is een goestingske dat ik zelf niet had zien aankomen.

Naast de Pangaion-heuvels ligt een groen-bruin schaakbord van wijngaarden en graanvelden. Na lunch in Eleftheroupoli verandert de baan in de Kavalaansesteenweg, met autogarages, winkels en tankstations. In Kavala loopt er een aquaduct door het centrum, maar verder is er weinig blijven rechtstaan uit de oudheid.

Nietsvermoedend rij ik onder een verlichtingspaal door wanneer net naast mij een regen van witte kwak neerplenst. Zonder de wind was ik nu een fietsende, rood-witte Pollock geweest. De kunstzinnige snoodaard bovenop wilde ongetwijfeld eens vrolijk zijn. Ooievaars zijn slimmer dan we denken, ik weet het zeker.

Op een brede baan, ergens midden tussen berg en zee, zijn op sommige delen de wegmarkeringen zodanig uitgevaagd dat rijvak, op- en afrit één zijn. In de wind wuift een felroze erehaag van oleanderbloesems me welkom in Paradiso.

Het rivierstrand bij Stathmos is veel populairder dan verwacht. Er hangen borden van een tent met een schuine, rode streep overheen, maar er zijn geen andere kampeeropties in de buurt, dus ik heb ze niet gezien. Oorverdovende Turkse muziek galmt tegen de rotswanden over het water.

Grieks blikvoer is goeien handel. Op 10 minuten heb ik een feestmaal klaar. En de muggen, die feesten mee.

24 juni | Stathmos – Nea Chili

Ik raas over een Grieks platteland waar niks gebeurt. De wind ruist luid langs mijn oren, maar remt vreemd genoeg niet af. Een witte heuvel naast ondiepe waters verraadt dat hier zout gewonnen wordt. In een grote plas scharrelen honderden witte flamingo’s.

Na het vissersdorpje Lagos loopt de weg over een brug, van landtong naar landtong, met aan beide kanten kalme wateren. Op een besproeid stuk boerenweg scheppen mijn banden zo veel drek dat het nog kilometers modder regent in mijn knieholtes. Ik rij verloren in katoenplantages, maar dat levert wel unieke beelden op.

In de eindeloze afwisseling van katoen, graan, hooi en olijfbomen lijkt er nergens kant-en-klaar mensenvoedsel verkrijgbaar. Voorbij Imeros, waar ik dan toch brood en auberginepap vind, kom ik weer aan de Thracische zee terecht. Er liggen geweldige kampeerplekken, maar ik moet nog 50 km de kust af.

Dan volg ik een nog aan te leggen weg door olijfgaarden, met zicht op het eiland Samothraki, dat als een bergtop boven de zeespiegel uitsteekt. Her en der liggen overblijfselen uit de 8e of 9e eeuw voor Christus. Dit is Griekenland zoals ik het mij had voorgesteld: olijven, ruïnes, zon en zee. Het gaat omhoog en omlaag over een pad dat al te vaak verzandt in onbegaanbare bochten. Ondanks een fijne zeebries kom ik in het zweet en stof te staan, maar het is het allemaal waard, want wat een weg!

Dan ligt er plots 100 meter bewoonde wereld, naast een strand met een waterkraantje. Gelukkig, want er volgt meteen nog een kronkelig grindpad. In Makri is een hond te oud om nog veel schrik aan te jagen, maar ook deze wil mijn kuiten oppeuzelen.

Bij Nea Chili is de betonnen toegang tot het eerste strand half ingestort. Het tweede strand is te druk, het derde enkel bereikbaar langs een steile trap. Bij het vierde paralia zit alles mee. Mijn kamp kan ik nog opslaan bij zonsondergang.

De muggen bezorgen veel jeuk, ik stap blootvoets in een uitgedroogde distel en in mijn kritharaki met bonen zitten meer zand- dan zoutkorrels. Maar niks daarvan kan me uit mijn lood slaan, want na een hete tocht van 127 km heb ik mijn doel bereikt. En morgen fiets ik alweer in Turkije.

muvi

3 reacties op “11. Hellas”

  1.  Avatar
    Anoniem

    blijven gaan lieve man!

    Geliked door 1 persoon

  2. kristel1963 Avatar
    kristel1963

    Ruben, wat een schitterende reis en wat een genot er zo dicht met onze neus te mogen/kunnen opzitten! Ik ben helemaal mee en begrijp je fiets(koorts)droom volledig!
    Kristel

    Geliked door 1 persoon

  3.  Avatar
    Anoniem

    schitterend verslag

    Geliked door 1 persoon